Jaarthema 2012

Welkom bij Ruach

Nog geen inloggegevens? Vraag ze aan via: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

"…en aan Mij is uw vrucht te danken."

Hosea 14:9

 

In Gods 'Sjier haSjieriem', in het mooiste lied, Hooglied, klinkt een constatering door van iets dat te zien is: '…bij onze deuren groeien allerlei kostelijke vruchten, jonge en oude.' (Hooglied7;13). Ga eens kijken! Bij onze deuren? Kunnen en mogen wij de vruchten zien, die bij de deuren van de gemeente groeien, omdat God aan het werk is geweest? Maar, dan legt God zo duidelijk, als uitgangspunt voor dit jaar, Zijn vinger bij een andere tekst: '…en aan Mij is uw vrucht te danken.' God is aan het werk geweest en God gaat door met werk dat niet te keren is, waarin wij ons zelf beschikbaar mogen stellen. En God constateert vrucht die bij de deur groeit. Die buiten zichtbaar is en gezien mag worden: '…kostelijke vrucht…jonge en oude.' Niet alleen stil staan bij vrucht van vroeger, maar ook nieuwe vrucht van nu en bij vrucht die komt.

Er is één doel: vrucht dragen! En dat niet één keer, of drie keer zoals de vijgenboom doet, maar voortdurend: '…waarvan de vrucht niet opraakt; elke maand zullen zij vrucht dragen.' (Ezechiel 47;12). Dat vraagt om beschikbaar te zijn, om offers, omdat vrucht dragen een beslissing met zich mee brengt. Tenslotte willen wij het laatste stukje uit Hooglied 7:13 niet uit het oog verliezen, omdat Jezus komt om de vrucht te oogsten: '…ik heb ze voor U, mijn Geliefde, bewaard.' (Hooglied 7;13b). De vrucht die wij aan Hem te danken hebben, die bij onze deuren groeit, twaalf maanden per jaar en niet opraakt, voor Hem te bewaren en te verzorgen.